De omvang van de protestantse tempel toont hoe belangrijk de protestantse gemeenschap van Désaignes was aan het begin van de 19e eeuw.
Tijdens de Concordaatperiode (1801–1905) stonden de kerken onder toezicht van de Franse staat via het ministerie van Erediensten.
Aan de oostzijde van de tempel, boven de drie ramen, staan het bouwjaar, de naam van de metselaar en de naam van koning Lodewijk XVIII vermeld. Hij gaf toestemming voor de bouw en financierde bijna een derde van de kosten. De rest werd betaald door de parochianen.
Op de voorgevel, naast een raam met kleine zuiltjes die afkomstig zijn van de oude vesting en identiek zijn aan die van de klokkentoren, bevindt zich een steen met de inscriptie:
“Mijn huis is een huis van gebed, I.H.S. – 1608.”
Deze steen maakte deel uit van de eerste protestantse tempel, gebouwd in 1608, waarschijnlijk na het Edict van Nantes (1598). Het gebouw werd in 1684 verwoest, één jaar vóór de herroeping van het Edict van Nantes door Lodewijk XIV. Volgens de overlevering werd de steen in de kerk bewaard en in 1822, 138 jaar later, teruggeplaatst.
In 1962 werd de tempel getroffen door een grote brand, waarbij het interieur en het kleine protestantse museum in de klokkentoren verloren gingen.
Een Kuhn-pneumatisch orgel uit 1930, een Mutin-Cavaillé-Coll-orgel uit 1900 en een eveneens meer dan honderd jaar oude Erard-vleugel vormen de basis van de Concerten van Désaignes, die sinds 1968 jaarlijks worden georganiseerd.